Monthly Archives: December 2010

Feestdagen

Soms zijn er boeken die je gewoon móet hebben. Maakt niet uit wat ze kosten of hoeveel moeite je moet doen om er aan te komen. Hoewel…gelukkig kreeg ik Ergens waar je niet wil zijn van de Belgische auteur Brecht Evens voor mijn verjaardag, want ik had het eerder op de Stripdagen laten liggen om budgettaire redenen. Daar had ik eerlijk gezegd toch best spijt van en ik was dan ook aangenaam verrast toen het boek bij de lokale boekenreus lag, omdat het is uitgegeven door de moeilijk verkrijgbare uitgeverij Oogachtend. Mooi voor op mijn verlanglijstje dus.

De aantrekkingskracht van het boek van Evens begint meteen met de cover. Een polonaise van feestelijk uitgedoste mensen in levendige, een beetje doorschijnende kleuren zet meteen een setting neer waarvan je je goed kan voorstellen dat je er niet zou willen zijn. Of juist wel. Wie goed kijkt ziet dat er allerlei tekst op het boek staat in zogenaamde ‘blinde foliedruk’ (ze verzinnen wat in de drukkerij), dus doorzichtige glanzende letters waarvan je alleen door de glans van de folie de woorden kunt lezen. Het zijn allemaal conversaties zoals je op een feestje hoort: “Het staat wel hard zo”, “Is ’t niet te kort? Ik zie er uit als een slet”, “Hé, mag ik z’n nummer”. De toon is gezet. Ergens waar je niet wilt zijn gaat over feesten.

In het eerste hoofdstuk is het meteen raak met een feestje waar je niet wilt zijn, als gastheer.
Het verjaardagsfeest van Gert lijkt lekkere aanloop te hebben, maar de conversatie blijkt te stokken als Robbie maar niet blijkt te komen. Hij is kennelijk de ster van ieder feest en zonder hem is er niets aan. Zo loopt Gerts feest snel ten einde en zit hij al vroeg weer alleen thuis. Hierna maken we kennis met Noemi en Julie, vriendinnen die gaan stappen. Het hele ritueel van mooi maken en twijfelen of je er al dan niet te sletterig bij loopt komt voorbij. Noemi moet verplicht de rode schoenen van Julie lenen, want “Elke keer dat ik ze heb gedragen heb ik geneukt”. Maar in de disco is Julie veel voortvarender dan Julie, die eenzaam in een hoekje staat tot ze spontaan wordt gezoend door een knappe, lange jongen. Het blijkt niemand minder te zijn dan de eerder genoemde Robbie.
Met hem wordt het inderdaad overal feest. Noemi wordt mee op sleeptouw genomen en we zien de wereld van Robbie. Iedereen vind hem een toffe peer, hij komt binnen op onbekende plekken en is overal de liefst geziene gast en als ze met hem is, is het ook feest voor Noemi. En natuurlijk wordt er geneukt, op een manier zoals ik niet eerder in een strip zag weergegeven.
Verderop in het boek zien we Gert terug. Ook hij wordt meegetroond door zijn vriend Robbie, die ondanks hun verschil in karakters – Gert is meer een binnenvetter – echte affectie voor hem lijkt te hebben. Maar ondanks alles kan Gert geen feeststemming in zichzelf oproepen.

Hoewel het in het begin wat moeilijk te doorzien is door het schakelen tussen personages, heeft Ergens waar je niet wil zijn een mooie diepgang, al is het thema ‘feesten’ op het eerste gezicht wat plat. Evens laat zien dat je voor het genieten van een feest vooral op je eigen volle overgave af moet gaan, iets wat Robbie altijd doet en waarin hij zijn vrienden mee probeert te krijgen. Een feestje moet je zelf maken, blijkt steeds maar weer. Brecht Evens giet het verhaal in een prachtige tekenstijl, waar ik meteen als een blok voor viel. Alles wordt geaquarelleerd, waardoor fijne transparante kleuren ontstaan. Nergens is een zwarte lijn te vinden, alles is organisch en vloeit. Dat past perfect bij de zwoele sfeer die in de disco hangt, maar kan ook dreigender zijn, zoals wanneer Evens het donker aanzet. Het verhaal leest als een modern sprookje, ook door een exotische feeling die Evens aan het verhaal geeft. Hij introduceert allerlei speelse en magische plekken en personen, zoals je ze in het goede nachtleven tegen kunt komen. De kleuren en het verhaal zorgen ervoor dat het hele boek vibreert. Een levendiger strip als deze zul je niet snel tegenkomen.

Tsjalling

Advertisements

Leave a comment

Filed under Verhip een Strip

MENS IS EEN ZACHTE MACHINE (NOVEMBER 2010)

In 1863 verscheen onder de titel Le peintre de la vie moderne (De schilder van het moderne leven) een serie essays van Charles Baudelaire, de Franse dichter met de sombere oogopslag. De schilder waar Baudelaire op doelt is Constantin Guys, een aquarellist en illustrator die het alledaagse leven in het Parijs van die tijd vastlegde.

Baudelaire vond de tekeningen van Guys een perfecte weergave van de hectiek van de grote stad, waar de industriële revolutie een nieuwe heersersklasse in het zadel had geholpen en het efficiencydenken een dwingend leefritme dicteerde. Voor het eerst was rijkdom in theorie voor Iedereen binnen handbereik, als Iedereen maar hard genoeg werkte. Voor het eerst had de burger haast. En voor het eerst, signaleerde de dichter, droeg hij, ongeacht afkomst of politieke voorkeur, een zwart pak. Het zwarte driedelige pak, dat halverwege de negentiende eeuw in zwang raakte en sindsdien niet meer weg te denken is uit het straatbeeld. Het uniform van de vertegenwoordigers van het moderne leven. Kraaien, zo noemt Baudelaire de kapitalisten; de obligate das als een strop om de nek. Gezellig met z’n allen rennen naar de afgrond. Onmiskenbaar suïcidaal.

Meer dan een eeuw eerder, in 1748, voltooide de Franse legerarts Julien Offray de Lamettrie zijn geruchtmakende L’homme machine (De mens, een machine). De Lamettrie had tijdens een veldtocht in Duitsland heftige koortsaanvallen te verduren gekregen waar hij knettergek van werd. Die ervaring bracht hem op de gedachte dat de geest ondergeschikt is aan het lichaam, en de mens aan de materie. Zoals de kraaien van Baudelaire onderdeel zijn van een grote machine die ze zelf in het leven hebben geroepen, maar niet meer stil kunnen zetten. Geld, productie, tijdsdruk. Een lijf dat rennen moet, ook als het niet meer wil.

Als de mens een machine is, dan is hij een zielige machine. In het CBK aan de Trompsingel is momenteel in het kader van de expositie Werkplaats Clash een hele verzameling zielige machines uitgestald. Ze zijn gemaakt door Gerard Eikelboom en Marcel de Vries, a.k.a. Waanzin Producties. Pontificaal middenin de ruimte hangt een hulpeloos kronkelend sculptuur van ruitenwisserarmen waaraan plastiken buizen zijn bevestigd. Op de vloer liggen een stoffer en blik. Als je langs een sensor loopt, beginnen ze rammelend te vegen. Niet dat er wat te vegen valt. En zelfs al was dat zo, het ging er toch allemaal naast. De Vries legt uit wat hij onder kunst verstaat: iets zelf maken waar een ander niet op zit te wachten. Nutteloze machines, in dit geval. Het is iets meer dan een goeie grap. Het is filosofisch. Omdat de essentie van een machine nu juist is dat hij een specifiek doel dient.

Michiel van Dartel, curator bij V2 Institute for the Instable Media (Rotterdam), voorzag Werkplaats Clash op 14 oktober van de nodige context met een lezing over cyborgs in de kunst. Er zijn heel wat kunstenaars die nutteloze machines hebben gemaakt, maar sommigen gaan net een stapje verder dan anderen. Ze willen zelf machines worden, of in elk geval gedeeltelijk. Ja ja, denk je dan, Seven of Nine, wie had er geen natte dromen over. Of Frankenstein, ook een fijne doktersroman. I’ll be back en We are Borg. Maar Frankenstein is van 1808, benadrukte van Dartel. De moderne Cyborg ziet er bedrieglijk gewoon uit. Hij liet een foto zien van een kunstenaar die een derde oor in zijn arm had laten implanteren, omdat chirurgen het te ver vonden gaan om het op zijn wang te plaatsen.

Allemaal leuk en aardig, riep iemand in het publiek, maar wat nu als de beste man er last van krijgt dat het oor de hele tijd langs zijn dijbeen schuurt. Moeten we het dan goed vinden dat de volgende arts een stuk uit zijn been verwijdert? Waar gaat het heen? Waar houdt het op? De professor in de draagbare technologie dacht even na. De grens ligt bij het eigen lichaam, antwoordde hij. Zolang het ingrepen in het eigen lichaam betreft en er artsen zijn die die ingrepen willen uitvoeren, lijkt mij dat er geen moreel bezwaar bestaat.

Zijn mijn gedachten van mijzelf, of worden ze beheerst door reclamemakers? En als ik bij de strandclub een chip in mijn arm laat implanteren, zeg ik dan: hack mij maar? God is dood, zei Nietzsche. En ook: Wees meester en vormgever van jezelf. Van the American Church of Body Modification had hij nog nooit gehoord.

Anneke Claus

1 Comment

Filed under Hut Spot

PePr’s Pusherman Playlist Week 47

Leave a comment

Filed under Trash That Beat

Doodsreutels week 49 – 2010


Winter! IJzige kou, gladde paden, vorst op de takken en de ondoordringbare mist! Ik hou ervan en koukleumen moeten maar lekker binnenblijven en al dit moois missen. Of je nu binnen blijft of naar buiten gaat is aan jou, maar de muziek te draaien bij dit weer is natuurlijk ijskoude misantropische melancholische black metal. Dan heb je natuurlijk Lifelover in je kast staan en we wachten met engelengeduld hun nieuw uit te komen plaat Sjukdom af.

Maar tot die tijd doen we het even met Blutklinge uit Bielefelt Duitsland. Dit eenmansproject van meneer H.K. Sluit aan bij het bloedverlies van zijn Zweedse voorbeelden. Reflection Of A Bleak Mind stamt alweer uit 2007 maar moet genoemd worden. Een grove, koude, rauwe productie en slepende ijzige riffs die je zo de duisternis inzuigen. De gestoorde stem van de waanzinnige H.K. Laat je gehoor bevriezen. Alle riffs hebben dezelfde neerwaartse gang en hoop mag je dan ook niet uit deze muziek verwachten te putten. Een scheermes, een touw choose your weapon.

Enochian Crescent komt uit Finland en hun nieuwe plaat NEF.VI.LIM staat vol met grimmig black metal. Vreemde grimmige black metal, want de stem van Wrath raspt over de swingende zwartheid. Samenzang waarbij de pul bier in de hoogte kan en uit volle borst mee gebruld kan worden zijn kenmerkend voor Enochian Crescent. Vergelijkingen met landgenoten Darkwoods My Bethrothed kan ik niet uit de weg gaan, echter Enochian Crescent is een stuk rauwer en klinkt minder modern en bombastisch. Eerlijk is eerlijk, woorden als geniaal en uniek ga ik niet op papier zetten omdat het dat gewoon niet is, maar als je lekker voortstampende en goed klinkende black metal wilt dan moet je deze band maar eens een kans geven.

Throes Of Dawn heeft met The Great Fleet of Echoes hun vijfde plaat uit. De band kiest een eigen pad tussen dark, doom en melancholie. Invloeden reiken van Pink Floyd tot Joy Division en van Katatonia tot Fleurity. Deze Finnen blijven op het midtempo en laten het gevoel spreken in plaats van de agressie. Daarentegen laten ze keyboards samenspreken met gitaren en dreunende drums het werk doen. Meeslepende muziek die dreigend psychotisch op je af komt. De sferische synths gaan over in ijlende piano deuntjes. De zuivere zang roept soms een momentje Killing Joke op ondanks dat Throes Of Dawn nog wel eens grunts wil gebruiken. De zang is sowieso een ijzersterk punt, wat een afwisseling! De intense sfeer van de muziek sluit je op in een eenzaamheid en laat je even loskomen van het alledaagse, alleen in het duister. Koude stukken die de sferische black metal achtergrond laten horen en je mee terug neemt naar de jaren dat de Noren nog koude en sferische black metal maakten. Soms laat de muziek een film zien en zou het de soundtrack kunnen zijn van je eigen creatie. Eens per zoveel tijd kom je een band tegen die echt een verschil maakt, Throes Of Dawn is zo’n band. Een wereld act die je zelf even op je in moet laten werken en beoordelen!

De winter is echter ook prima geschikt voor geschifte grind. Deathbound is zo’n ram vernietigings machine. Dit orkest laat op Non Compos Mentis horen dat men in Finland sneeuw moet ploegen en dat dat het best gaat met een dosis grind death op de oorwarmers. Bolt Thrower melodieën met crust stukken. Swingend en bulldozerend baant men zich een weg. Subtiliteit is hier niet aan de orde en das maar goed ook. Deathbound is in  your face metal voor de metalhead die recht vooruit wil en verder geen onzin.

Dan wil ik je als laatste nog even kennis laten maken met Hell Spirit uit Kuopio, Finland. Old school ten voeten uit. Ik refereer aan Nocturnal Breed en je weet hoe laat het is. Galmende jaren tachtig strot en volledig stompzinnige titels. Riffs die thrashen, thrashen en nog eens thrashen! Metal from hell, zo beschrijven ze het zelf en ik kan dat niet beter doen. Een gegarandeerd feest op elk festival. Puntenband en kogeriemen.

Nog even een Vera metalreminder: God Dethroned + Toxacara op 24 december in de club met de presentatie van de nieuwe CD Under The Signs Of The Iron Cross
(Maar dan zit ik in Finland…)

Wokkel

2 Comments

Filed under Doodsreutels

James Bond


De werkelijkheid is soms behoorlijk filmisch. Op dit moment is de hele wereld getuige van een prachtig drama waar alles in zit. Eindelijk hebben we, afgezien van de fysieke actie, weer eens een echte James Bond. Hij duikt zonder (heel) condoom in bed met zijn Zweedse Miss Money Penny’s, reist de hele wereld over, heeft problemen met de geheime diensten van alle grootmachten, is ondanks zijn afkomst als Australiër charmant en eigenlijk very British en beschikt over de laatste (internet) technieken om iedereen het nakijken te geven. Voor zolang het duurt… Een James Bond die tevens Robin Hood is, want hij geeft de geheimen van de groten aan de kleinen en houdt zich schuil in de bossen met zijn volgelingen.

Het plot is heel duidelijk. Wat gaat er gebeuren met deze man die de overheden van de grootmachten tot waanzin drijft? Zo erg dat een Canadese regeringsadviseur schreeuwt dat hij vermoord moet worden, Hilary Clinton het ware gezicht van de Verenigde Staten van Amerika laat zien en honderden vrijwilligers staan te popelen om hem een kopje kleiner te maken. Hoe gaat dit aflopen? Zeker nu bekend gemaakt is dat de heftigste geheimen reeds in een gecodeerd foldertje op de site staan. Als er maar iets gebeurd met het Wikileaks team dan wordt het wachtwoord bekend gemaakt en breekt de pleuris uit. Wat zou daar in zitten? Gaan ze Julian Assange echt vermoorden en zullen we hier dan achter komen?

Minstens zo spannend is wat de volgende gate wordt. Waar we eerst jaren op moesten wachten, dat komt nu maar binnen. De éne gate na de andere. Ik hoop op een miljoen documenten van de FED (centrale bank van USA, in bezit van particuliere bankiers die naar eigen goeddunken geld kunnen bijdrukken) en daarna nog een 9/11 gate.

De reacties op cable gate zijn nogal overdreven. Mensenlevens worden in gevaar gebracht, bla bla bla. Ten eerste vraag ik mij af of dit echt het geval is, want de VS moet hooguit een beetje verontschuldigingen aanbieden links en rechts. Als ze nette diplomatie zouden bedrijven was dit overigens niet eens nodig geweest. Verder zie ik niet in hoe dit tot lijken kan leiden, behalve dan die van Julian Assange. De karakterschetsen van de politieke leiders zijn vrij raak en zullen de meeste mensen niet verbazen. Wat wel kan schokken is het verheven gevoel van de Amerikanen dat hieruit spreekt en hoezeer blijkt dat zij nog steeds bijna overal aan de touwtjes trekken. Veel dingen die je leest zijn niet nieuw, maar bevestigen en versterken wel een bepaald negatief imago van de USA als global cowboys.

Wat hier in feite gebeurd is gebruik maken van nieuwe media om de oude methodes van de ‘stille diplomatie’ te doorbreken. En ach, was dat echt zo goed voor ons? Heeft die stille diplomatie nou mensenlevens gered? Het is moeilijk hier iets over te zeggen, maar dat er veel vuile spelletjes worden gespeeld op dat niveau is natuurlijk evident.

Dat wordt nu iets moeilijker dankzij informatie-activist Julian Assange. Hij doet wat eerder gebeurde met programma’s als Facebook: door middel van het wereldwijde web elkaar een kijkje in de keuken geven. Daar moet je normaal toestemming voor geven, maar de overheden zijn van de mensen en wellicht hebben mensen dan ook recht om de overheidsdocumenten in te zien? In Nederland kan dit op aanvraag, hier is een wet voor. Wij hebben minder te verbergen. De Amerikanen schrikken zich helemaal rot als hun communicatie naar buiten wordt gebracht. Die moeten iets te verbergen hebben. Assange noemde in de Vrij Nederland journalisten ‘tandeloze tekkels’. Zoals Jan Blokker ooit stelde werden journalisten in Nederland na ‘herdershonden’ (verzuilde kuddes bij elkaar houden) en ‘waakhonden’ (jaren ‘ 80) een soort ‘blindengeleidehonden’. Met Julian Assange hebben de grootmachten een pitbull in de billen hangen. Eenmaal in de kaakklem, laat die niet meer los. Totdat ie afgemaakt wordt. Gezien het een grotendeels Amerikaanse film lijkt te zijn, hoop ik op een Hollywood happy ending. Waarin de badguys verliezen. Het mag duidelijk zijn, dat Julian Assange hier mijns inziens niet toe behoort. Goede intenties, maar of het goed uitpakt zal de toekomst moeten uitwijzen. Als ik m was zou ik nu maar snel uitwijken naar een ver afgelegen tropisch eiland om daar in James Bond stijl het verhaal te eindigen. Er staan genoeg mensen klaar om de fakkel over te nemen.

– Johanz

Leave a comment

Filed under Johanzcoop

Gevangen


Wat heeft Kroatië met Portugal te maken… In deze enerlaatste column van dit  jaar geen strip top tien van het afgelopen decennium of het jaar 2010. Tijd is relatief. Wat is het verschil tussen 10, 11 of 3 jaar om een terugblik te werpen op de ontwikkeling van strips in Nederland of goede stripboeken wereldwijd? In ‘Verhip een Strip’land volgen we onze eigen wetten om de stips en hun makers zo goed mogelijk te volgen en de pareltjes eruit te vissen. Vandaar de vraag wat Kroatië met Portugal te maken heeft.

Op het eerste gezicht hebben deze twee landen geen overeenkomsten. Het landschap? Kleding, politiek? De economische situatie zal misschien iets op elkaar lijken maar alleen al het verschil in oorlogen maken de overeenkomsten klein. Of was er een belangrijke voetbalwedstrijd tussen deze landen tijdens een WK? Nee, het is de global village die voor contacten zorgt die in de tijd vóór het wereldwijde web niet snel tot stand waren gekomen.

Igor Hofbauer (1974, Zagreb) is een striptekenaar, illustrator en drummer uit Kroatië. Deze kunstenaar is meer dan een parel. Hofbauer is een unieke geest en meester van het beeldverhaal. Dit jaar en zes jaar geleden (een kleinere expositie) werd zijn werk geëxposeerd op de Stripdagen Haarlem, zijn stripverhalen zijn in 2006 voor het eerst gepubliceerd in het boek Prison Stories uitgegeven door de Kroatische small press uitgeverij Otompotom. In januari 2009 is een derde editie van dit boek, inclusief 4 nieuwe verhalen, uitgegeven door de Portugese MMMNNNRRRG. En daar hebben we een overeenkomst tussen de twee landen: de voorkeur voor ontypbare lange namen, kijk aan.

MMMNNNRRRG is de publicatie-tak van de Portugese ChiliComCarne (CCC), een stichting of zoals ze het zelf zeggen ‘a non-lucrative young artist’s organization’  die publicaties, exposities en shows maken. Ze komen met hun undergroundwerk en muziek zowel in Texas als Stockholm, waar hun contacten hen maar brengen. Igor Hofbauer staat in bio’s altijd vermeldt als undergroundartiest . In Kroatië zelf is hij echter al geruime tijd bekend door zijn concertposters voor de Club Močvara in Zagreb. Net als Vera een club voor de (inter)nationale pop underground die een alternatief biedt voor de mainstream muziek maar meer bovengronds is dan het undergroundcircuit in kraakpanden en illegale bars. Zijn werk is wel underground te noemen vanwege zijn thema’s en die match met hun idealen heeft CCC goed door gehad.

In Prison stories creëert Hofbauers tekenkundig talent in combinatie met zijn verhaalkundige wendingen een zeer eigen en opmerkelijk resultaat in 7 verhalen. Hij mixt een jaren ‘50 oostbloksfeer met eigentijdse en futuristische elementen. Een 1+1=3 talent. Het is in zwart-wit getekend met rode accenten. Zijn vehaalwendingen zijn onverwachts door vreemde voorwerpen aangezet of ontmoetingen tussen obscure personages met kleine maar monsterlijke afwijkingen of sf-monnikgewaden. Zogenaamde Oostblokmonumenten blijken ruimtebakens, potvissen de vleesbank voor de armen, beroemde operasterren van weleer alienachtige verslinders van actuele sterren, weerhuisjes nemen onze dimensies aan met onweerstaanbare weervrouwen waar je niet meer los van komt. In sommige van de zeven verhalen komen dezelfde personages voor maar de verhalen zijn ook los te lezen. Het is een fantastisch gewoven web van intriganten, een weefsel van dromen zo lijkt het, die na het lezen in je hoofd blijven nasimmeren.

De titel van dit boek duidt op het onderliggende thema ‘gevangen zijn’. Dat dit op onvergetelijke wijze te benaderen is bewijst Igor Hofbauer. Je kan het bedenken: gevangen zitten wegens strafbare feiten, gevangen zitten in een totalitair of kapitalistisch regime, een geloofswijze, gevangen in de liefde, de zoektocht naar extase, in een sleur of de dood. Maar de manier waarop Hofbauer dit verbeeld met een continue beklemming, die hier en daar schijnbaar wordt opgelost in een bevrijding, is een mindtrip.

Het titelverhaal laat zien dat de ware bevrijding van ons kapitalistisch jukijzer voor monkeyman, een leven in een dierentuinkooi kan zijn. Wat Andy Warhol (en zijn Factory/drugsvrijhaven) hiermee te maken heeft, lijkt een metaforische visie op de wederzijdse afhankelijkheid van geld, kunst en vraag wat de daadwerklijke drijfveer van creativiteit is.

Nogmaals, het is een mindtrip, dus oordeel zelf en laat Hofbauer’s werk in je hoofd rondspoken. In Nederland is het boek helaas nog steeds niet verkrijgbaar. Op de site van Chili Com Carne bij shop kun je het bestellen en met wat verzendkosten erbij, stuurt Marcos Farrajota het op en je hebt een meesterwerk in huis.

Prison Stories – Igor Hofbauer, € 15,=, 500 copies in 120 pages b/w + red, 16,5x23cm in Renovaprint Creme 100g, Softcover 240g, isbn: 978-972-88527-6-3

-Aimee

Leave a comment

Filed under Verhip een Strip

Let there be noise!


Ik zag in Vera een concert van de band Growing. Beste bak herrie! Daar kreeg ik meteen een gesprekje over. Over noise, een muzikaal genre op zich, wordt al heel lang gediscussieerd. Ik ga er eens voor zitten nadat ik op You Tube een korte repo getiteld “Noise” zag.

Op zoek naar een mooie docu over noise en experimentele muziek stuitte ik op het 9 minuten durende filmpje. Filmtechnisch gebeurt er niet veel, maar er worden zinnige dingen gezegd. Beelden van bands als Lightning Bolt, Arab On Radar, Black Dice en Animal Collective ter ondersteuning. Niet zomaar wat obscure namen. Het geeft aan dat noise niet alleen in de krochten van de underground, maar ook in pop een rol speelt. Zoals het dat in feite, zij het wat onopgemerkt, altijd gedaan heeft.

Wat is noise? Dat is ook in het filmpje de hamvraag. Direct daarna: waarom wordt noise gemaakt? In het dagelijks leven is het antwoord meestal: noise is geen muziek. Over het waarom hoor je meestal iets in de trend van dat die mensen gewoon geen muziekinstrument kunnen bespelen. Kortom, je afvragen wat noise is en waarom het gemaakt (en geluisterd!) wordt is je afvragen wat muziek is.

Is noise muziek? Er zijn objectieve antwoorden en algemene opvattingen, maar die bevredigen niet helemaal: ‘Noise begint waar een algemeen geaccepteerd idee over wat muziek is ophoudt’. Of: ‘Alles waar audio vanaf komt is muziek’. Okay, maar laat m’n moeder Nirvana horen, ze zal het als herrie wegzetten. Laat de Nirvana-fan The Boredoms horen, hij haakt af. Enzovoort. Er zijn vele kleuren noise (op de Wiki staat een goed artikel), het is uiteindelijk toch iets subjectiefs. Dan bestaan simpele en eenduidige antwoorden vaak niet meer en dus ontstaat er discussie.

Vergelijk het met discussieren over abstracte kunst. Heb je vast wel eens gedaan, is nu weer actueler dan ooit (linkse hobbies!). Daar ben je ook niet binnen een paar minuten uit. Zeker niet als je iemand wilt overtuigen van de schoonheid, de betekenis, het nut van abstracte kunst. De ‘dat kan m’n kleine zusje ook’-opmerking zullen ook noise-muzikanten en hun fans regelmatig te horen krijgen. Maar er zijn dus mensen die genieten van noise. Voor hen klinkt een bak herrie als muziek in oren. De anti-noise brigade zal ze voor gek verklaren. En je bent ook wel een beetje gek als je zoals de Japanse noise-muzikant Merzbow een 50-delige CD-box vol abstracte herrie uitbrengt. Maar dat dit aanbod bestaat betekent ook dat er vraag is. Dat is zo helder als wat.

Mijn subjectiviteit. Ik snap waarom het gemaakt wordt, en ja, ik geniet er van. Dat is niet van de ene op de andere dag gegaan. Langzaam zelfs. Voor mij was de Nieuw-Zeelandse band The Dead C. belangrijk. Dat gooide met de plaat “Dr.503” in ’87 mijn eigen bestaande idee over wat muziek moet zijn overhoop met een vormloze bak herrie waar ik twee jaar over deed om een nieuw soort herkenbaarheid te vinden. Beetje lang verhaal, maar de doorbraak was daar. Noise, van toegankelijk rockend tot trommelvlies tijsterend, is geen dagelijkse kost. Maar zo af en toe ‘moet het even’. Ik heb lang moeten nadenken om tot de conclusie te komen dat je bij het luisteren van noise niet zoveel moet nadenken (denk daar maar even over na). De/je vooroordelen over wat muziek is moeten aan de kant; hoe meer je voor noise open staat, hoe meer het werkt. Het spoelt m’n zieltje en m’n hoofd op een nauwelijks te definieren manier helemaal schoon.

Een wat Zen-achtig verhaal, maar het is niet anders. Voor de muziek in het algemeen geldt dat noise een frisse bries is. Het speelt met conventies, met grenzen, met hokjesgeest en formuledenken. Als er geen discussie is heeft de noise-muzikant gefaald. Er bestaat goede en slechte noise, en wat vroeger als noise gezien werd is tegenwoordig muziek.

Het leren luisteren naar noise is een hoofdstuk op zich (hoe melodie bijvoorbeeld geen rol speelt, maar textuur wel). Maar geldt dat niet voor elke soort muziek? In het filmpje zitten jonge mensen die er een bepaalde vorm van humor in zien en gewoon kicken op een ongecompliceerde bak herrie. Popmuziek kan wel wat meer humor en ongecompliceerde waanzin gebruiken, dus deze jeugd heeft wat mij betreft de toekomst. En als er nooit mensen over grenzen heen gaan zullen we ook nooit die grenzen leren  kennen.

Dus: LET THERE BE NOISE!

http://ijamecono.wordpress.com/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Noise

Paul Schwarte

1 Comment

Filed under Bonus Footage