Monthly Archives: March 2011

Bonus Footage: Fast Forward

Laatst was John Darnielle aka The Mountain Goats bij David Letterman. Bijzonder. Voor mij wel. Herinneringen. Zo dacht ik terug aan een optreden in Simplon en aan de tweede editie van het Fast Forward Festival in 1995 in Nijmegen. Het startpunt van de lo-fi in Nederland? Sinds kort staan er beelden van FF2 op You Tube. Een mooie aanleiding om het eens te hebben over lo-fi, een genre dat geen genre is. Of toch wel?


 
Ik had stomtoevallig op de dag dat JD bij Letterman was opnames van het optreden van The MG’s op FF2 naar hem op de post gedaan. Als interviewer was ik bij een (onuitgebrachte) FF2-docu betrokken geweest. Lang verhaal waarom het 15 jaar moest duren voordat ik zelf een kopie kreeg en de beelden (en mezelf!) dus pas recent voor het eerst zag, maar via Twitter bleek dat JD ze zelf ook nooit gezien had. Hij had helemaal geen bewegende beelden uit die periode.

In ‘95 was JD nog een onbekende en nauwelijks gefilmde muzikant. Via een netwerk van labeltjes, mailorders en fanzines vond z’n muziek een weg naar liefhebbers her en der. Ik was er een van en boekte hem destijds in Simplon. De 30 bezoekers toen spreken wat dat betreft boekdelen. Die zagen daar een optreden samen met Nieuw-Zeelander Chris Knox. Voor mij was het een memorabele avond. Met Knox kwam een held op bezoek, en JD maakte met vriendin de reputatie van een paar mooie platen waar. Vooral z’n unieke zang maakte het meer dan alleen maar een man met een a-gitaar en een paar mooie songs. Maar dat het altijd lachende gezicht van JD ooit bij Letterman (die ik overigens toen niet eens kende) zou verschijnen kon ik niet voorzien.

Er leek weinig voedingsbodem te zijn voor muzikanten die de professionele studio’s vaarwel zeiden om zelf de boel op tape te slingeren. Homestudio’s werden steeds goedkoper, dus dat was een logische keuze. Eentje met weinig popbizdruk. DIY, en de vrijheid en onafhankelijkheid die dat oplevert, was weer helemaal terug na punk. Er kwam een explosie van releases, het legertje hometapers groeide. Maar ze kwamen met iets dat geluidstechnisch op dat moment niet de standaard was. Zelf was ik juist gecharmeerd van het imperfecte, directe geluid en de intieme sfeer. Een beetje ruis en wat minder dynamiek nam ik op de koop toe. Ik heb ook liever onder- dan overgeproduceert. Maar de massa heeft per definitie moeite met iets dat niet de standaard is. Bovendien was een concert van iemand die de focus puur op plaatjes maken had vaak een heel ander, en soms ook minder verhaal. Ook toen al werden cariérres vooral live gebouwd, dus dat was een extra probleem.

Ik begon hoe dan ook de blijde lo-fi-boodschap te verkondigen, vooral omdat er in de muzikale breedte ineens geweldig veel gebeurde. Elk soort rock kon de ‘lo-fi treatment’ hebben, en het bood een alternatief, een vluchtroute. Zowel in houding als opnametechnisch waren er veel parallellen met punk. Maar het was verdomd lastig om zieltjes te winnen. Verwarring en discussie! Zo werd uit een 4- of 8-sporenrecorder een zo goed mogelijk geluid halen verward met de muziek bewust slecht laten klinken. Ook kon er geen mooi afgebakend hokje van lo-fi gemaakt worden. Oblivians, Smog en Sun City Girls: probeer dat maar eens bij elkaar te vegen. Zelf gebruikte ik de term ook met enige reserve (ik begreep de verwarring), maar ja, zonder labeltje wordt het helemaal lastig om iets te verkopen…

Lo-fi bleef daarom lang underground, totdat bands als Pavement, Sebadoh en Guided By Voices live wel echt overtuigden. Mede via “Loser”, een knutselwerkje van de heer Beck, kwam de boodschap uiteindelijk toch bovengronds. Er kwamen majors die er een formule van maakten waardoor er veel rommel verscheen. Maar dat is een nadeel dat je moet en kunt accepteren als je iemand als JD uiteindelijk bij Letterman ziet. Zo werd lo-fi toch een volwaardig hoofdstuk in de popgeschiedenis. De computers gaven het hometapen een beslissende push waardoor het muzikaal nog breder werd. De term gebruik ik zelf nu nog nauwelijks, al was het alleen al omdat veel lo-fi door al die techniek vaak gewoon hi-fi klinkt. En toen reputaties groeiden, groeiden ook de mogelijkheden voor mensen als JD en Bill Callahan om de taperecorders weer in te ruilen voor profi-studio’s. Bi-fi lo-fi!

Maar het prille begin kun je nu dus zien op YT. Op het kanaal van Waaghalsrecords vind je naast The MG’s vele helden van het eerste uur. Pioniers uit Nieuw Zeeland, zoals Tall Dwarfs, Peter Jefferies en Bill Direen. Nedertoppers als Joost Visser, Gitbox! en The Furtips. Onbekende Amerikanen als Azalia Snail, Simon Joyner, Jad Fair en Virginia Dair. En bekende namen als Sebadoh, Smog (ook hij speelde in Simplon) en Beck. De filmploeg van Simplon (Pavlov) maakte de beelden, tussendoor ben ik dus ook af en toe te zien en te horen.

Meer over FF vind je dan ook op m’n eigen weblog I Jam Econo. En er is een persoonijke soundtrack uit die mooie muzikale periode in de jaren 90 te vinden op m’n Spotify. Ik zet ondertussen het Shuffler.fm-kanaal op “lo-fi”.

Paul Schwarte
www.ijamecono.wordpress.com

Advertisements

Leave a comment

Filed under Bonus Footage

Verhip een Strip: Stijlstudies in zwarte humor

Afgelopen week was het Boekenweek. Thema dit jaar was ‘Curriculum Vitae – geschreven portretten’. Uit diverse media maakte ik op dat strips dit jaar, als (auto)biografisch medium bij uitstek, ten minste eens aandacht kreeg tussen alle ‘normale’ schrijvers. Dat mag ook wel met een geweldige striptraditie in Nederland voor met name autobio verhalen, zoals Barbara Stok, Maaike Hartjes, Michiel van der Pol en de jonkies als Flo en Ype + Willem. Van die laatste twee verschenen vlak voor de Boekenweek nieuwe boekjes (goed getimed?). Van Flo ‘De Dagelijkse Dingen’, van Ype + Willem ‘Twee onder één kap’, een aaneenschakeling van gagstrips over het kopen van een huis. Maar omdat ik recentelijk al uitgebreid over deze drie stripmakers heb geschreven nu een ander boek, dat prima in het thema van de boekenpromotieweek had gepast, ware het niet dat het geen Nederlandse strip is.

Alweer een tijdje geleden verscheen namelijk een mooie nieuwe uitgave van een van de grootste namen in de Amerikaanse graphic novelscene, Daniel Clowes. Hij is een persoonlijke favoriet en ook bij een groter publiek bekend, vooral vanwege zijn strip Ghostworld, die geweldig is verfilmd met Thora Birch, Scarlett Johansson en Steve Buscemi in de hoofdrollen. Ook zijn script Art School Confidential was te zien op het witte doek, maar verscheen daarentegen niet in stripvorm, maar alleen als boek.

De strips van Clowes hebben allemaal een vreemd, dreigend, filmisch sfeertje, dat een beetje tegen de films van Twin Peaks-regisseur David Lynch aanhijgt. In het nieuwste boek van Clowes, getiteld Wilson, is die sfeer van ‘er staat iets op barsten’ minder duidelijk aanwezig, maar zoekt hij meer de kant van zwarte humor op.

Als je de eerste pagina’s van het boek in je opneemt, raak je in verwarring. Clowes maakt steeds paginalange strips met kop en staart. Vaak met een wrange clou. Hoofdpersoon is in alle gevallen een middelbare man met baard en bril, type vrijgezel. Dat is Wilson. Iedere pagina wordt in een andere stijl getekend en dat zet je op het verkeerde been. Dan weer is het vrij realistisch, dan weer in een fiftiesstijl en geheel in blauwe of bruine tinten, sommige pagina’s zijn in de komische dikke neuzenstijl getekend, die zo kenmerkend is voor Belgische en Franse humor strips. Wat de precieze reden is om steeds in wisselden stijlen te tekenen is niet duidelijk. Misschien wil Clowes je laten ervaren dat je door een andere tekenstijl een grap ook anders gaat lezen.

Clowes lijkt je in ieder geval met de verschillende stijlen in de war te willen brengen, want Wilson is wel degelijk een doorlopend verhaal. Dat verhaal begint bij de dood van de vader van de hoofdpersoon en een daarop volgende zoektocht naar eerst een oude liefde en later het kind waarvan hij nooit wist dat hij het had. In een desperate actie om een gezin te hebben neemt Wilson ex en kind mee op reis. Als resultaat wordt hij gevangen genomen als kidnapper van zijn eigen dochter. Als hij uit de gevangenis komt krijgt hij een relatie met zijn hondenbabyzitter, maar ondanks dat hij nu heeft wat hij wil, namelijk simpel huiselijk geluk, is en blijft het een knorrepot.

In zekere zin zou je Wilson een soort roadmovie kunnen noemen. Het leven van de hoofdpersoon gaat in een lijn aan je voorbij, maar van een coming-of-age verhaal is beslist geen sprake, want Wilson leert beslist niet van zijn fouten.

Alle gegevens in het verhaal maken een formule die wel enigszins relateert aan verhalen als die van Paul Auster. Toch heb ik het gevoel dat het uit elkaar trekken van de verhaaldelen, door er paginastrips van te maken een beetje een trucje is om een wat mager verhaal te camoufleren. Gaandeweg het boek wordt de wisseling van stijl ook steeds minder belangrijk. Of gaat het je minder opvallen en wil Clowes bewijzen dat vorm ondergeschikt is aan het verhaal? Hoe dan ook, Wilson is dan wel niet het beste werk in het oeuvre van Clowes, het is wel vermakelijk en een interessante casestudy van hoe je een strip interpreteert in verschillende stijlen. 

Tsjalling

1 Comment

Filed under Verhip een Strip

Wye Oak – ‘Civilian’ (Merge/City Slang)

Vanaf de eerste tonen van ‘Civilian’, de derde langspeler van Wye Oak, ben ik al verkocht. Dat het een duo is hoor je er niet aan af, want de songs hebben een volledig instrumentarium. Stonden Jenn Wasner en Andy Stack in hun begindagen (toen ze nog Monarch heetten) te boek als indiefolk, tegenwoordig dekt shoegaze of alt-pop wellicht meer de lading, door Engelse media al nu-shoegaze genoemd. Tja, zo kun je wel doorgaan, waar het om gaat zijn de songs! En die intrigeren, fascineren, verleiden en lokken je mee. Ik val als een blok voor gitaarloopjes als op ‘Two Small Deaths’ en ‘Dog Eyes’. De slepende akkoorden op ‘Plains’ roepen warme herinneringen op aan al bijna vergeten jaren ‘90 indiepopbands. Daarbovenop mogen de noise-gitaren af en toe heerlijk uit de bocht vliegen, zodat ‘Civilian’ van pop tot noise reikt. Het geweldige titelnummer staat hier, niet geheel toevallig, symbool voor. Prachtplaat! 

T-Ice

Leave a comment

Filed under Album reviews

The Vaccines – ‘What Did You Expect From The Vaccines?’ (Columbia)



Niet vaak, maar toch zo af en toe maakt een Britse band de hypes behoorlijk waar. Met een notering op de ‘Sound of 2011’-lijst van de BBC en met alleen het aanstekelijke hitje ‘Wreckin’ Bar (Ra Ra Ra)’ op zak, speelden The Vaccines al London Calling plat en komen nu met hun debuutplaat. Waarop een wisselend tempo te genieten valt, met bedachtzamere ballads en vuriger punkliedjes door elkaar. Beste meezinger is wat mij betreft ‘If You Wanna’, dat die twee categorieën afwisselt over couplet en refrein. Tijdens de eerste songs waan je je even weer in de jonge jaren van The Strokes of Arctic Monkeys, maar verderop is ruimte voor verdieping en afwisseling. Het is die combinatie, plus de bariton van Justin Young die The Vaccines toch een eigen smoel geven. En dat is al heel wat voor een next big thing uit de UK. Om de vraag in de titel te beantwoorden: geen wereldschokkend werk, maar de plaat voldoet meer dan aan de verwachtingen.

 

T-Ice

Leave a comment

Filed under Album reviews

Dum Dum Girls – ‘He Gets Me High’ [EP] (Sup Pop)

Wie deze EP als een irrelevant intermezzo tussen het grandioze debuut ‘I Will Be’ van vorig jaar en de toekomstige tweede plaat beschouwt, begaat een cruciale denkfout. ‘He Gets Me High’ laat met zijn vier songs in een kwartier juist zien dat de prille knop die Dum Dum Girls heet nu al tot volledige bloei komt. Deze vier meiden uit LA kijken verder over de horizon van fuzz-pop en presenteren hier volwassen, gevarieerde en ijzersterke liedjes. Dat de laatste daarvan ‘There Is A Light That Never Goes Out’ van The Smiths is, is een dappere keus met uitstekend resultaat. Ervoor komen, duidelijk geënt op 60’s girl-groups, ‘Wrong Feels Right’, ‘He Gets Me High’ en het rustiger ‘Take Care Of My Baby’ al aan bod. Niet te glad, niet te gruizig, hypnotiserend, sexy, fris en vooral zeer overtuigend. Op 8 april in Vera te zien, de dag erna op Motel Mozaïque. Je bent dum als je daar niet bij bent!

T-Ice



Leave a comment

Filed under Album reviews

PePr’s Pusherman Playlist Week 10

Leave a comment

Filed under Trash That Beat

Redactioneel Vera Krant 5 – 2011

Donderdag 10 maart 2011

Zo, het wordt hier zo eind de middag nu toch wel heel erg druk. Dazzled Kid over de vloer. Ze staan al met 7 op het podium maar zijn wel met dubbel zoveel. Matjes en slaapzakken mee, dat wordt vannacht lekker proppen daarboven. Zag net zowaar Simon van C-Mon & Kypski achter het podium struinen. “Zo, doe jij ook mee?” “Nee, ben hier voor de gezelligheid. Je moet toch minstens eenmaal per jaar in Vera komen.” Hij kwam trouwens nog met een fraai gerucht, of eigenlijk niet zo fraai: of we gingen stoppen met de zeefdruk; dat ging namelijk rond in de hometown. Ben je mal. Hoe komen ze daar nu bij? Een zucht van velichting volgde. Kijk, dat is nou mooi, dat meeleven met de club, die liefde voor het ambacht, zelfs helemaal in Utrecht. Zelf kunnen ze er ook wat van getuige de vele in elkaar geknutselde decorstukken. Het podium is bijkans te klein. En dan moeten zo ook de Houses, die ik net binnenliet, er nog met een gehele eigen backline bij. Ik zie het nog niet klaar zijn voor half negen. Nou, dan moet de vroege vogel maar even intanken in de Kelderbar, waar nadien trouwens nog een fijne afterparty te beleven is waar Tjeerd B himself achter de draaitafels zal performen op weer zo’n fijne Club Gibby’s. Het wordt een latertje vandaag. Ach, morgen punken we de boel wel weer vlot met Tyvek zodat ik zaterdagmiddag weer fruitig op het voetbalveld sta in Zuidhorn met DIO Bier.                  

Rock’n’Joy, PePr   

Leave a comment

Filed under Rock'n'Joy