Bonus Footage: POP IS DOOD

Over pop wordt veel geluld. Een belangrijke vraag waar journalisten, critici, filosofen en sociologen, bobo’s en Jan Publiek steeds weer hun tanden in zetten is: Hoe staan we er voor? Gaat het goed en gebeuren er mooie dingen? Of is het helemaal niets meer, die pop van tegenwoordig? Een helder en eenduidig antwoord is lastig. Dat begint al met de vraag wat pop is. Maar ook achtergrond, interesse en invalshoek verschillen bij de discussierende popmedemens. ‘t Is maar net hoe je ‘t bekijkt. Vanuit een artistieke blik, of puur zakelijk? Of kijk je naar de sociaal-maatschappelijke impact? De invalshoeken op een hoop gooien met de bedoeling een allesomvattend oordeel te geven is een nobel streven. Maar het is ook een heuse breinbreker die een boel langs-elkaar-heen gelul oplevert. Het getuigt van lef of naïviteit om keihard te stellen dat pop, met alles er op en er aan, dood is. Popjournalist Arjan Terpstra deed het onlangs. Het leverde een heftige discussie op, die als gevolg alle kanten op ging. De kenners veegden hem opvallend resoluut aan de kant. Pop is niet dood; het heeft tegenwoordig een andere rol en functie dan bijvoorbeeld 15 jaar geleden, toen Terpstra zelf begon met schrijven. Pop leeft zelfs meer dan ooit als je kijkt naar hoe nadrukkelijk het aanwezig is in onze alledaagse levens. Dat was een van de conclusies toen de rook op de digitale snelweg was opgetrokken nadat de arme Terpstra door collega’s helemaal was afgefakkeld. Dit is verder niet de plek om een en ander tot in detail te bespreken, maar ik zag gisteren een deel uit de 6-delige serie “Kraut & Rüben” (WDR, 2006) op YT. Opnieuw een mooie repo over Krautrock in Duitsland (ik besprak eerder al “Krautrock; The Rebirth Of Germany”), maar ook een aanleiding om nog even wat Pop Is Dood-brokstukken op te pakken.

Kraftwerk

“Kraut & Rüben” (oorspronkelijk in 1979 gemaakt als ik het goed begrijp) heeft namelijk precies dezelfde invalshoeken. Wat waren de artistieke motieven van bands als Kraftwerk, Neu!, Can of Faust? Hoe pakten ze het zakelijk aan? En wat was de impact buiten de muziek om? Het deel dat ik zag (“Elektrische Impulse”) beantwoordt vooral de eerste vraag. Pop was rond 1970 al morsdood voor de krautrockers. In artistiek zin dus vooral. Pop was traditie, stilstand, achterom kijken, achteruitgang. Daar doe je aan mee, of je zet je er tegen af. Mensen als Klaus Schulze, Dieter Moebius, Klaus Dinger en Edgar Froese kozen dus voor het laatste, met de blik op de toekomst. Voor hen geen ‘nieuw’ Duits antwoord op Angelsaksische voorbeelden, en al helemaal geen Schlagers, maar wel een nieuwe muzikale taal, door henzelf uitgevonden. De vragen uit de popdiscussie van 2011 stelden zij zichzelf. Pop werd dood verklaard, maar het stond een ‘rebirth’ niet in de weg.

Het is dus vrij lastig om te stellen dat pop in algemene zin dood is. Maar je kunt de vraag wel voor jezelf, vanuit je eigen invalshoek, beantwoorden. De krautrockers deden het. Pop was dood, maar ze bliezen de boel opnieuw leven in. Dat weten we nu (krautrock is van grote invloed op de popmuziek), dat wist men toen natuurlijk nog niet. De repo laat heel mooi de twijfel zien die bij experimenteren hoort. De quotes zijn kort en helder, de muziek staat lang genoeg om er als kijker ook echt even in te duiken. Gelukkig liet men het niet bij praten en denken over popmuziek. ‘Gewoon doen’ was het motto. Met vallen en opstaan (je bent niet voor niets pionier), maar het besef dat er artistiek iets moois groeide liet het motortje draaien. Het geld was slecht, het gevoel was goed. ‘Pop’ noemden ze zelf hun muziek niet. ‘Rock’ ook niet. Nee, het was kunst. Dat de heren aanvankelijk nauwelijks in het pop- en rockcircuit optraden bewijst dat die laatste term waarschijnlijk het meest adequaat was. Met een lange adem werden uiteindelijk labels gevonden die er achter gingen staan, de media zagen er een verhaal in, en zo groeide het krautrockkindje als kool. Vooral Faust werd behoorlijk gepromoot, Kraftwerk kreeg hits, het buitenland raakte geïnteresseerd, en de rest is –zoals het oeroude gezegde luidt- geschiedenis.

Klaus Schulze

De popindustrie, media, ze spelen een grote rol in het levend houden van popmuziek. Ook daar moet avontuur zitten om de broodnodige nieuwe impulsen voor pop vanuit de underground naar boven te halen. Ik hoor Terpstra er nauwelijks over (hij heeft vooral artistieke argumenten, kan daar zelf aardig in mee gaan overigens), maar het krautrockverhaal accentueert dat nog maar weer eens. Als er nu al iets dood is, dan zou ik zeggen dat het probleem toch vooral in deze hoek zit. De wijze les van “Kraut & Rüben” is verder: we hebben altijd mensen –ongeacht achtergrond en invalshoek- nodig die de ballen hebben om nieuw leven in de zaak te blazen.

Paul Schwarte
www.ijamecono/wordpress.com

Advertisements

Leave a comment

Filed under Bonus Footage

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s