Category Archives: Bühnenleben

Live-reviews

Motel Mozaïque, 8+9 april 2011, Rotterdam

In een zonovergoten Rotterdam werd voor de 11e maal het gemoedelijke kunstenfestival Motel Mozaïque georganiseerd; muzikaal gezien een soort klein Eurosonic in verschillende Rotterdamse etablissementen. Ingecheckt in een hotel met Oostblokbarretje op kruipafstand van de Off_Corso en direct naar Agnes Obel, waar we op Eurosonic vanwege overweldigende belangstelling niet meer binnen kwamen. Nu gelukkig wel, en zittend in wat wel de lelijkste schouwburg van Nederland moet zijn (en ook nog drankloos) verder heerlijk kunnen genieten van haar mooie songs. Live werden Agnes en haar piano aangevuld door een vriendin op cello, gitaar en tweede stem, wat de muziek zeer ten goede kwam. Luister die plaat ‘Philharmonics’! Toen door naar Wu Lyf, waarvan het enige positieve was dat we gelijk het dieptepunt van het festival al gehad hadden. Met zijn overdreven valse emotie in elke lettergreep leek de steeds irritantere zanger op het gefrustreerde broertje van Bono, en die is al zo erg.

Dan Deacon op Motel Mozaique | foto: Ingmar Griffioen

Nee, dan de vrolijke gekte bij Dan Deacon! Optredend midden in de pikdonkere Off_Corso, wond hij het uitzinnige publiek om al zijn vingers. Op zijn snoeiharde electro-terror liet hij het volk dansjes doen en ging iedereen goed los. De geluidsman van dienst moet hier zo doof van zijn geworden dat hij bij Battles de schuifjes nóg verder open deed, dus na één nummer vluchtten wij, net als velen, de zaal uit. En dan denk je rustig bij te komen bij Lykke Li, voert zij ineens een bombastische rockshow op, inclusief windmachine en heftige lichtshow, waar de meeste gothic-bands jaloers op zouden zijn. De subtiliteiten van haar songs gingen dus nagenoeg verloren, maar gelukkig nam ze zo hier en daar wat gas terug en bewees ze haar talent.

Op zaterdag lekker door de stad gefietst, aan de Maas zitten zonnen, op het Schouwburgplein een paar prima songs van Architecture In Helsinki gezien en gekeken wat er aan kunsten te zien was. Breien is weer helemaal hip! ’s Avonds afgetrapt in Rotown bij Dum Dum Girls, die mijn (te) hooggespannen verwachtingen niet helemaal waar maakten, maar verder een goed concert gaven. Helaas speelden ze niet zoals in Vera The Smiths. Daarna de langste rij ooit (blokje om) vanaf het ernaast gelegen terras aanschouwd: Belle & Sebastian waren in het land! Blijkbaar hebben meer mensen daar jeugdsentimenten bij. Omdat die rij tijdens onze consumpties maar matig opschoot zijn we naar Villagers gegaan. Net als in Vera vorig jaar gaven ze een vlekkeloze show, erg mooi maar soms ook wel érg clean, met name de sterk gearticuleerde zang van Conor O’Brien. De liedjes staan echter als een huis en zitten knap in elkaar. We konden pas de schouwburg weer in toen Belle & Sebastian alweer klaar waren, zodat we ons met The Coral moesten behelpen. Waar de laatste plaat ‘Butterfly House’ meerdere mooie liedjes bevatte, openden ze live met een handvol zwakkere broeders vol vierkwartsmaat-rock. Of ze mijn oude favoriet ‘Dreaming Of You’ ook hebben gespeeld weet ik niet: toen waren we al bij The Russian Futurists, maar daarmee belandden we van de wal in de sloot. Snel naar DJ St. Paul, die de foyer op stelten zette met allerhande hits. De afterparty was tot slot in Rotown, waar het nog erg gezellig werd, helemaal toen ze op het eind The Hives en Nirvana achter elkaar draaiden. Zo hoort dat! Op zondag twee compleet tegenovergestelde menselijke rassen door elkaar zien lopen: fitte, afgetrainde marathonlopers enerzijds en brakke, afgepilsde festivalgangers anderzijds. Enige overeenkomst: beide waren dik tevreden.

T-Ice

Advertisements

Leave a comment

Filed under Bühnenleben

VERA in de Madiwodovrijdagshow

Bløf vertelt bij Paul de Leeuw over het optreden in Vera. Vanaf 31:35.

Get Microsoft Silverlight
Bekijk de video in andere formaten.

1 Comment

Filed under Bühnenleben

Les Savy Fav – Trouw Amsterdam, 19-11-2010.

In de voormalige burelen van dagblad Trouw is een tijdje terug een nieuwe coole concertzaal geopend, met boven een grote zaal en restaurant en beneden een ‘Kelderbar’. Lekker underground, daar voelen we ons op onze plek, aldus de voorman van Les Savy Fav, Tim Harrington. Na het op de zang na meevallende Cloud Nothings (beter dan op plaat) en het flink tegenvallende Sky Larkin (slechter dan op plaat), was het de beurt aan onze favoriete New Yorkse indierockers. In 2001 en 2002 stonden ze nog in Vera (met resp. Oxes en The Mars Volta als voorprogramma). Live zijn ze legendarisch, maar de opkomst was ditmaal wat matig. Misschien heeft nog niet iedereen door dat Les Savy Fav na een paar jaar mediastilte met ‘Root To Ruin’ één van de beste platen uit hun carrière heeft uitgebracht. De wel aanwezige gelukkigen kregen daar liefst zeven songs van te horen, en gingen massaal uit hun dak. Daartoe als altijd flink aangespoord door de knetterleipe Harrington, die onder meer verkleed op kwam, met chagrijnige uitsmijters op de foto ging, over de bar liep, zijn omvangrijke pokkel liet betasten, een eveneens rijkelijk bebaarde jongen een dikke zoen gaf en met een karretje dwars door de zaal reed. Onderwijl speelde de rest van de band retestrak verder, met een glansrol voor de gitaristen Seth Jabour en Andrew Reuland die weer geweldig door elkaar heen speelden. Naast veel nieuw werk (met ‘Appetites’, ‘Dirty Knails’ en de single ‘Let’s Get Out Of Here’ als hoogtepunten) speelden ze er gelukkig ook nog een paar van de vorige plaat ‘Let’s Stay Friends’ (‘What Would Wolves Do?’, ‘Patty Lee’ en het geweldige ‘The Equestrian’). Een paar keer dook de band nog verder in haar rijke historie en speelde met ‘Scout’s Honor’, het Hives-achtige ‘Blackouts’ en afsluiter ‘Je t’aime’ liefst drie tracks van hun debuut ‘3/5’ uit 1997. Zonder twijfel al vijftien jaar één van de beste livebands van de planeet!

T-Ice

1 Comment

Filed under Bühnenleben

Interpol @ HMH, 21 november 2010

Net als menig muziekliefhebber ben ik geen groot fan van onze sfeerloze bierhal. Wil je Interpol zien dan moet je er toch heen, dus principes opzij en op naar de HMH. Daar aangekomen net twee laatste nummertjes van Surfer Blood meegepikt, best leuk maar naar mijn idee toch wat te vrolijk voor het gemiddelde Interpol-publiek.

Interpol zelf speelt een ontzettend strakke show, met een minimalistisch decor en een sobere maar zeer passende lichtshow. Het brengt zowaar wat sfeer in de kille HMH.
De setlist biedt helaas weinig verrassingen, al valt het wel op dat het nieuwe album totaal niet de overhand heeft. De afwezigheid van The New, dat ze geregeld speelden in deze tour, is teleurstellend. Turn On The Bright Lights had uberhaupt, als hoogst gewaardeerde album, meer aandacht mogen krijgen. Maarja, bidden om Hands Away en Leif Erikson is al vaker ijdele hoop gebleken.
De grootste verrassing is Banks zelf. Sinds wanneer zoekt hij het contact met het publiek op; sinds wanneer stelt hij de rest voor en noemt herhaaldelijk de titel van het gespeelde nummer? Sinds wanneer glimlacht hij op het podium? Veel gekker moet het toch niet worden.

Ik had mijn twijfels over Interpol, na een tegenvallend soloproject van Banks en de afwezigheid van bassist Carlos D. Interpol heeft ze weggenomen met een overtuigend optreden. Vanavond zag ik dezelfde band die 013 drie jaar geleden betoverde. Het is geen spetterend optreden en de nummers worden grotendeels gespeeld zoals ze ook klinken op cd. Maar dat is dan ook wat we van Interpol verwachten, een strak, afstandelijk en ietwat kil concert zonder al teveel franjes. Het bezielde spel van gitarist Daniel Kessler en de glimlachjes van Banks zorgen al voor voldoende spektakel.

Marinke

Leave a comment

Filed under Bühnenleben

Mekka

Het was een waar mekka voor de underground de afgelopen weken in de stad.
Allereerst was daar Grinderman met een ongerept uitziende Nick Cave die de gruizige rock en roll beerput opentrok bijgestaan door de vroegere Bad Seeds, die getekend door jaren van rockverslaving  nu leken op een  Charles Manson achtige sekte met Amishe drummer. Prachtig concert. Donkere poetische rock.

Black Rebel Motorcycle Club in Vera - Photo: Peer

Twee weken later op hetzelfde podium The Black Keys. Verslavend. Dan Auerbach en Patrick Carney spelen het eerste gedeelte van de set ‘uitgekleed’, als duo op het podium met botte keihard kletsende drums en schuurpapier gitaar met huilende vocalen. Zompige garageblues in een romantisch jasje. Het publiek geniet. Het is alsof er een koele regenbui op een zomerhete dag over je heen valt. De muziek is rauw, maar strelend. Als de band zich bij hen voegt komen vooral veel nummers van laatste plaat Brothers voorbij.

Hoe een publiek te bespelen weten ook de retrorockers van The Firebirds. Twee dagen later spelen deze surfvogels de sterren van de nacht in een bomvol Viadukt. Het gitaarsnoer reikt tot bovenop de bar, de microfoonstandaard wordt in de dansende menigte geplant en het orgel stuitert bijna van het podium.

Dit soort waanzinnige acties hoef je niet te verwachten van de ingetogen Drive-By Truckers, die hun set het eerste half uur niet echt op de rails krijgen. Het geluid is wat mat en de rustieke sfeer ontbreekt. Het eenzame cowboy gevoel van Southern Rock Opera komt pas laat op gang, maar dan wordt de set uiteindelijk toch nog in Americana sferen afgesloten.

Een dag later lijkt Vera gedompeld in het Oost-Berlijn van de jaren tachtig. Drie schaduwen staan overbelicht op het podium en verdrinken in een MUUR van geluid. De Black Rebel Motorcycle Club spelen snoeihard, openen vrijwel direct met het lijzige ‘red eyes and tears’ en vervolgen dramatisch hun weg door onheilspellend drijfzand van gitaren. Het is oorverdovend mooi.

Nataly

Leave a comment

Filed under Bühnenleben

Mondo Generator (18/06/10) // Band Of Skulls & Sixtyniners (24/09/10) – Simplon

Drie maanden geleden kwam ik voor het laatst in Simplon tijdens het concert van Mondo Generator, de band van Nick Oliveri. Oliveri is de ex-bassist van  Kyuss, The Dwarves en Queens Of The Stone Age (je weet wel, de sik met die bassolo in ‘No One Knows’) en ook  de line-up op de laatste single ‘Dog Food’ van Mondo  Generator omvat enkele bekende namen: Dave Grohl (waar was die ook maar weer van?), Happy Tom (Turbonegro) en The Fresh Prince Of Darkness (The Dwarves).  Natuurlijk zijn die er allen niet, anders is het denk ik wel iets drukker dan die twintig man publiek, die tijdens het concert een beetje lusteloos  halverwege de zaal staan. Terwijl de band toch wel zijn best doet en er energiek tegenaan gaat in een beetje vreemd, maar aangenaam rockend concert met twee  gezichten. Dit komt vooral doordat het bij tijd en wijle aan een coverband-van-jezelf doet denken, als Nick Oliveri met bekende nummers komt, die hij wel  degelijk zelf heeft geschreven (en gezongen) in Kyuss en QOTSA. Hij zet deze trend trouwens door, want samen met drummer Brant Bjork gaat hij het Garcia  Plays Kyuss project van zanger John Garcia voorzien van een driekwart authentieke Kyuss bezetting. Missen we alleen Josh Homme nog. Helaas niet onbelangrijk.

Zo leeg als het voor het zomerreces is bij Mondo Generator, zo uitverkocht is het concert van Band Of Skulls nu (vrijdag 24 september 2010). In het prille begin van dit jaar  stond de band op de pre-Eurosonic woensdag gratis in het bovenzaaltje van Café De Spieghel te spelen. Zelf heb ik dat concert gemist, maar een aantal  lyrische reacties heeft mijn nieuwsgierigheid wel weten te prikkelen. Het zal echter het recente optreden tijdens Lowlands zijn geweest, dat er voor zorgt,  dat Simplon nu is uitverkocht.

Dat is mooi voor het voorprogramma The Sixtyniners, alhoewel de concentratie van dat uitverkopende publiek niet optimaal is. Ter hoogte van de bar wordt er  lustig door het concert van het trio heen gemurmeld. En ja, ik bedoel echt trio, want het  duo is uitgebreid met een heuse contrabassist. Dit komt de sixties garage & country rock’n’roll van The Sixtyniners zeker ten goede, want het stoempt  en beukt meer dan ooit tevoren. De authentieke amerikaanse knauw van zanger/gitarist Michiel Hoving en de samenzang met drummer Claudia doet de rest en de meeste babbelaars uiten aan het einde van het concert hun oprechte waardering.

Dan is het de beurt aan Band Of Skulls, waarover ik ook nog andere geluiden hoorde, als zou de band te retro 90-ies of zelfs achterhaald klinken. Het is toch oppassen met dergelijke observaties. Voor je het weet haalt de werkelijkheid je in en verklaart De Wereld Draait Door ineens de 90-ies tot de nieuwe 80-ies en heb je een heel nieuwe revival, waarmee de platenindustrie en artiesten zonder eigen talent hun hart en hun geld weer kunnen ophalen. In elk geval staan de twee blonde baarden op gitaar en drums en de basdame in het in het zwart met dito lang haar wel enigszins in contrast met de 80-ies britpop hoedjes in het publiek.

 

Band Of Skulls

Band Of Skulls

 

Muzikaal past Band Of Skulls wel in een 90-ies traditie, die terug grijpt op 70-ies rock. Ik hoor tijdens het concert iets van een combinatie van Led Zep rock, Smashing Pumpkins en White Stripes en in de samenzang in de rustiger nummers af en toe een hint jaren 60 harmonie. Bovenal zijn het echte popsongs, die de Band Of Skulls produceert. In een aantal nummers werkt het allemaal ijzersterk, zoals in de meer bekende songs als ‘Death by Diamonds and Pearls’ en ‘I Know What I Am’, die in het midden van de set massaal worden meegebruld. De band klinkt live superstrak en ook de samenzang tussen  gitarist/zanger Russell Marsden en bassist/zangeres Emma Richardson is vaak ronduit schitterend. Met de dynamiek is ook niks mis, maar sommige nummers klinken nog net iets te fragmentarisch en ook een enkele ballad-achtige song kan me niet echt boeien. Maar dat is muggeziften over een bovenmatig sterk concert van een nog jonge band.

Dikkie.

Leave a comment

Filed under Bühnenleben

Take Root Festival, 18 september 2010, Oosterpoort

De laatste jaren is de line-up van Take Root dusdanig verbeterd dat ik bij de 13e editie ook maar eens de gang naar de Oosterpoort gemaakt heb. Leuk om weer eens één van de jongsten te zijn op een festival! De ‘middagbands’ speelden mij te vroeg, dus ik kwam pas binnen toen Deer Tick net afgelopen was. Die hebben een aardige plaat uit, maar ik vernam dat ik aan het optreden niet heel veel gemist had. Ondertussen stond Musee Mecanique al op de planken in de Entreehal, waar ze een sfeervolle set neerzetten, onder andere met zingende zaag. Black Mountain trok de Grote Zaal flink vol, maar kon mij ondanks een handvol mooie songs niet de hele show boeien. Ik zie Amber Webber dan ook liever in Lightning Dust. Leuker, en verrassender, was het optreden van Frank Fairfield in de Kleine Zaal. Hij klonk en zag eruit alsof hij rechtstreeks van een vooroorlogs podiumpje in Texas was geplukt en in Groningen anno nu weer was neergezet. Deze kundige tijdreiziger (afwisselend op gitaar, banjo en viool) bracht de stampvolle zaal in vervoering met zijn enthousiasme en tijdloze muziek. Phosphorescent (vreselijke bandnaam) miste duidelijk dat enthousiasme en vond ik voornamelijk risicoloos en saai. Beter toeven was het bij Damien Jurado. Sinds ik hem in 2002 in New York voor het eerst zag, mag ik graag naar hem luisteren. Vooral op ‘I Break Chairs’ en ‘On My Way To Absence’ staan parels van nummers. Jammer genoeg speelde hij ditmaal vrijwel niks van dat oudere werk, maar dankzij zijn stem als een klok en grappige intermezzo’s werd het toch weer een mooi concert. Het duo Isobel Campbell & Mark Lanegan (bekend van Belle & Sebastian en The Screaming Trees) viel mij eerlijk gezegd een beetje tegen. Niet dat het slecht was, maar het ging allemaal een beetje langs me heen. Blijkbaar hadden meer mensen daar last van, want men verkaste halverwege al naar de Kleine Zaal, die tot de nok gevuld was voor Iron & Wine.

Iron & Wine

Samuel Beam trad dit keer alleen op en was wat mij betreft het hoogtepunt van het festival. Hij speelt naar eigen zeggen “niet de vrolijkste hits van het jaar”, maar wist met droogkomische opmerkingen de spanning tussen de nummers goed te breken, belangrijk voor een singer/songwriter omdat het anders zo zwaarmoedig wordt. De songs zelf waren stuk voor stuk beauties, prachtig gezongen en gespeeld en met mooie verhaallijnen. Beam kreeg de zaal muisstil. Kippenvel! Na hoofdact Wilco hoorde ik dat veel mensen ook kippenvel hadden, maar zo ver kregen ze mij niet. Ik vind ze zo wisselvallig: hele fraaie liedjes afgewisseld met doorsnee vierkwartsmaat-rock. En dan die posters waarop stond dat je geen foto’s mocht maken, ook niet met je mobiel: totaal misplaatste sterallures en niet echt meer van deze tijd. Gelukkig konden we nog terecht in de Kleine Zaal, waar Dave Rawlings Machine de zaal opzweepte met hun gedreven country-rock. Toch een fijn slotakkoord van een prima festival!

T-Ice

Leave a comment

Filed under Bühnenleben